Eindelijk was het dan zo ver het eerste en vast niet het laatste treffen van het Noorden, om half twaalf hadden zich 16 rijders bij Anton verzameld. Wat aan de late kant want we zouden om elf uur vertrekken, maar door pech getroffen kwamen enkele huneliggers wat later.

Zelf had ik op wat meer rijders gerekend daar er in Groningen toch noch al wat Alleweders rond rijden, maar of ze het weer te slecht vonden of dat ze van het gebeuren niet op de hoogte waren zullen we in de toekomst wel horen. Het eerste stukje door de stad, nou ja stad, er liggen daar prachtige fietspaden met weinig bebouwing zodat je niet de indruk krijgt in de stad te rijden. Het eerste verkeerslicht en voor mij tevens het laatste werd zonder moeite genomen. Bij de eerste bocht in de weg diende zich de eerste lekke band aan een mooie gelegenheid om een paar foto’s te schieten en vervolgens een eindje voor de groep te gaan staan wachten om een filmpje te nemen. We hadden toen nauwelijks 10 km gefietst, ik denk nog niet eens, maar dat was voor mij meteen het laatste groepsfietsen van deze tocht. Wat was namelijk het geval Willem zijn ketting liep eraf, die van Eelke was er ook in het begin van de tocht al eens afgelopen, maar dit duurde even Ritsert merkte het op tijd en stopte maar de voorganger van Ritsert had waarschijnlijk niet in de gaten, of was van het protocol dat je moest stoppen als je je achterligger uit het oog verloor. Na de nodige oponthoud zetten we met z’n drieën de achtervolging in, maar de groep kregen we niet meer in het zicht. Anton kennende had ik natuurlijk kunnen verwachten dat hij een smal paadje had genomen, dat zijn van die paden waar de rode Mango niet in wil. Anton was in Westerdijkshorn de rimboe in gedoken om in Onderdendam weer in de bewoonde wereld terug te keren. hpim1738.jpg - 2.32 Mb

Hij zag ons wel maar wij hem niet. Met een slecht zicht door de neerslag die er viel reden we naar Onderdendam halverwege zijn we de brug over gegaan om bij het kanaal of beter  gezegd het Maar te mijden, met slecht zicht, gladde wegen heb ik een hekel aan water, en Willem houd er zeker ook niet van maar dat is een ander verhaal. Toen het zicht zo slecht werd dat ik zelf voor mij niets meer zag, heb ik mijn bril maar afgezet, in het spiegeltje zal ik al lang niets meer zo nu en dan iets geels zodat ik wist dat ik niet alleen was. Zonder problemen passeerden we Warffum, waar we het fietspad links lieten liggen, dat is een voor ons verplicht fietspad maar erg smal en loopt dicht langs het water. Grote onzin dat bord verboden voor fietsers want als je van de andere kant komt is het niet eens een verplicht fietspad voor bukkers. Even na de driesprong kwamen we een auto tegen die beduidde dat we moesten stoppen, we hadden te maken met de fotograaf die een foto voor de krant zou maken, en zichtbaar teleur gesteld was dat we maar met z’n drieën waren en hij daarvoor naar het Niemandsland was gereden, maar dat ik hem verklaarde dat er nog dertien kwamen reed hij opgetogen terug naar Noordpolderzijl. Omdat er dus kennelijk nog niemand was veronderstelde ik dat de rest via Usquert zou komen. Al van verre zagen we een Velomobiel op de dijk staan, toen we dichterbij kwamen herkenden we Theo Zuur uit Uithuizen die volgens Siebe zou komen bij redelijk weer. Nauwelijks waren we boven op de dijk of we zagen uit de richting Warffum de rest komen. In een lange sliert kwamen ze er aan gereden. Na wat foto’s gemaakt te hebben gingen we naar beneden om wat te drinken en te eten, omdat ik om half drie weer thuis moest zijn voor dringende familie zaken vertrok ik naar huis de juffrouw achter de bar in paniek achterlatend, omdat ik mijn eigen comsupties betaalde en ze vroeg rekent iedereen apart af, toen ik bevestigend antwoordde raakte ze in paniek, daar ze kennelijk niet genoeg kleingeld had. Hoe het is afgelopen zal iemand anders moeten vertellen, evenals de rest van de tocht dit was slechts een kleine impressie van de eerste km en de drie achterblijvers die koplopers werden. Wie verteld de ware geschiedenis?